
16.000, nee, 55.000, nee, 100.000 ontslagen in de zorg; De aanleiding
NRC.NEXT
19 juni 2014 donderdag
Section: weten; Blz. 2
 floor rusman
Deze cijfers noemden staatssecretaris Van Rijn, Actiz en Abvakabo afgelopen weekend 
Er zoemden deze week drie verschillende cijfers rond over verwachte ontslagen in de zorg in het komende jaar. Volgens staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) gaat het om 16.000 banen, werkgeversorganisatie Actiz rept van 55.000, en als we Lilian Marijnissen van vakbond Abvakabo FNV moeten geloven verliezen meer dan 100.000 zorgmedewerkers hun aanstelling. Hoe kunnen deze cijfers zo ver uit elkaar liggen, vroeg GroenLinks-lijsttrekker Bram van Ojik zich dinsdag in de Kamer wanhopig af. 
Alle drie de cijfers gaan over iets anders. Actiz heeft het alleen over de verpleeg- en verzorgingshuizen en de thuiszorg, Van Rijns cijfer gaat over de hele langdurige zorg, en het getal van Abvakabo betreft de zorg in zijn geheel. 
Verder: Van Rijn heeft het over fte's (volledige betrekkingen), terwijl de cijfers van Actiz en Abvakabo gaan over mensen. In de zorg werken veel mensen parttime, dus op één fte kunnen wel drie mensen zitten. Dit kan deels het verschil verklaren tussen de cijfers. 
Overigens heeft het ministerie eerder wel een onderscheid gemaakt tussen mensen en fte's. In oktober bleek uit een zogeheten 'arbeidsmarkteffectrapportage' die het ministerie had laten uitvoeren, dat in de gehele zorg 54.000 mensen (27.000 fte's) hun baan verliezen, van wie 36.000 (22.000 fte's) in de langdurige zorg. 
Blijkbaar is Van Rijn sinds oktober optimistischer geworden, want in plaats van 22.000 verdwijnende fte's heeft hij het nu over 16.000. Volgens zijn woordvoerder baseert Van Rijn zich met zijn nieuwe cijfer nog steeds op de rapportage uit oktober, maar zorgt extra geld (400 miljoen euro) uit het Zorgakkoord en het nieuwe Begrotingsakkoord voor minder ontslagen. Overigens gaat het hier om een 'eerste inschatting', laat de woordvoerder weten. Die voorzichtigheid is terecht: in de rapportage waarop Van Rijn zich baseert staat dat die 'in deze fase geen nauwkeurige beschrijving van de effecten' geeft. 
Dan het cijfer van werkgeversorganisatie Actiz. Dit gaat alleen over verpleeg- en verzorgingshuizen en de thuiszorg. Actiz heeft een 'impactanalyse' laten maken die de gevolgen onderzoekt van de bezuinigingen op langdurige zorg. Deze moet nog worden gepubliceerd, maar Actiz heeft de 55.000 er vast uitgelicht. Aan alle zorginstellingen is gevraagd hoeveel arbeidsplaatsen zij het komende jaar verwachten te verliezen, vertelt een woordvoerder van Actiz. Veel instellingen kunnen dat nog niet weten: omdat de WMO-budgetten voor gemeenten nog niet zijn vastgesteld, zijn er nog geen contracten gesloten met zorginstellingen. Toch hebben de instellingen op basis van hun verwachtingen een inschatting gemaakt. 
Laatste vraag: hoe kwam Abvakabo aan het cijfer 100.000? Dat blijkt een impressionistische optelsom te zijn. Lilian Marijnissen: ,,Die 100.000 is niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, maar op wat we horen van onze brancheorganisaties. Je hebt de 55.000 van Actiz, dan nog 20.000 van de brancheorganisatie voor gehandicaptenzorg, en bij de Jeugdzorg en GGZ vallen ook veel ontslagen. Als je ook nog alle flexwerkers meetelt, kom je denk ik ver boven de 100.000 uit." 
De drie cijfers lopen zo uiteen omdat er verschillende dingen gemeten worden en omdat het gaat om voorspellingen en inschattingen. Harde feiten zijn er niet, omdat veel gemeenten nog niet weten welk budget ze hebben voor de WMO. Eigenlijk valt nog niet te zeggen hoeveel banen er verdwijnen, geven beleidsmakers zelf toe. In het Raamwerk Sectorplannen, een document over de zorg dat mede werd ondertekend door Van Rijn, staat: 'Het precieze aantal medewerkers waarvoor in de zorg geen baan meer zal zijn, is niet exact te bepalen, ook al omdat het financiële beeld nog niet vaststaat.' We beoordelen de verschillende uitspraken daarom als niet te checken. 
Van Rijn en minister Asscher (SZ) zeggen ervoor te gaan zorgen dat 80.000 zorgmedewerkers nieuwe functies krijgen binnen én buiten de sector. Of ze dat kunnen waarmaken, checken we morgen. 
 